Onderzoeksopzet

Hoe ziet het onderzoek er uit?

In het onderzoek vergelijken we twee groepen met elkaar:

  • Groep 1 (25 jongeren): doet oefeningen om hun angst in kleine stappen te overwinnen, samen met de behandelaar op de Durfpoli. Zij werken in tien stappen naar het einddoel van uw kind.
  • Groep 2 (25 jongeren): doet oefeningen om hun angst in grote stappen te overwinnen, samen met de behandelaar op de Durfpoli. Zij werken in drie stappen naar het einddoel van uw kind.

Als u meedoet aan het onderzoek, wordt er geloot in welke groep u en uw kind meedoen. U kunt dus niet zelf kiezen in welke groep u komt. Deelnemen aan het onderzoek duurt in totaal ongeveer drie maanden.

Hoe zien de oefeningen er uit?

Jongeren in beide groepen gaan in stappen leren durven, om zo uiteindelijk hun angst te overwinnen. Hiervoor worden exposure-oefeningen uit de Cognitieve Gedragstherapie (CGT) gebruikt. Oefeningen en programma’s gebaseerd op CGT worden vaak gebruikt om fobieën aan te pakken, en zijn voor veel jongeren effectief. Exposure betekent dat het dier of de situatie waar uw kind bang voor is in stappen wordt benaderd, zodat uw kind kan leren er mee om te gaan.

Jongeren in beide groepen volgen drie individuele sessies van één uur en een kwartier. De behandelaars zijn cognitief gedragstherapeutisch werkers die ervaring hebben met werken met angstige jongeren. Als de angst van uw kind aan het eind van het onderzoek niet genoeg verbeterd is, dan kunt u – indien u dat wilt – gebruik maken van andere vormen van hulp. Dit geldt voor hulp binnen Accare, maar ook voor hulp bij andere instanties. U kunt hierbij denken aan reguliere behandeling voor jongeren met een fobie. Deze bestaat doorgaans uit een diagnostiekfase gevolgd door Cognitieve Gedragstherapie (CGT).

Wat verwachten we van u en uw kind?

Als u meedoet, wordt u samen met uw kind uitgenodigd voor een intakegesprek op de Durfpoli in Groningen. De intake duurt ongeveer 90 minuten en bestaat uit gesprekken met u en uw kind. Na het intakegesprek bekijken wij of u met uw kind kunt meedoen aan het onderzoek. Zodra we dit weten nemen wij telefonisch contact met u op. Dan vertellen we in een kort adviesgesprek of u met uw kind bent uitgenodigd voor het vervolg van het onderzoek. Als uit de intake blijkt dat er andere problemen bij uw kind spelen dan angst, dan adviseren we u gebruik te maken van andere vormen van hulp. Dit geldt voor hulp binnen Accare, maar ook voor hulp bij andere instanties.

Als u meedoet aan het vervolg van het onderzoek, vullen u en uw kind drie keer een uitgebreide vragenlijst in: tijdens de voormeting (week 5), nameting (week 9) en follow-up meting (week 13). Daarnaast voeren u en uw kind drie keer gesprekken met de onderzoekers: tijdens de voormeting (week 5), nameting (week 9) en de follow-up (week 13). De meetmomenten en de oefensessies vinden plaats op de Durfpoli in Groningen. Meedoen aan het onderzoek kost niets. U krijgt een vergoeding voor de reis- en parkeerkosten voor de verschillende meetmomenten. Uw kind krijgt een vergoeding van 5 euro voor het doorlopen van de voormeting, 5 euro voor de nameting en 10 euro voor de follow-up meting.

Hoe ziet de planning er uit?

De planning is voor beide groepen hetzelfde en ziet er als volgt uit:

Week 1:           intakegesprek (ouder + kind) – 90 min

Week 2:           telefonisch adviesgesprek (ouder) – 10 min

Week 3:           n.v.t.

Week 4:           n.v.t.

Week 5:           voormeting (ouder + kind) – 60 min

Week 6:           eerste oefensessie (ouder + kind) – 60 min

Week 7:           tweede oefensessie (kind) – 75 min

Week 8:           derde oefensessie (kind) – 75 min

Week 9:           nameting (ouder + kind) – 75 min

Week 10:         n.v.t.

Week 11:         n.v.t.

Week 12:         n.v.t.

Week 13:         follow-up meting (ouder + kind) – 60 min

Week 14:         telefonisch adviesgesprek (ouder) – 10 min

Wat gebeurt er als het onderzoek is afgelopen?

Het onderzoek is afgelopen als de intake, de drie meetmomenten en de drie oefensessies zijn afgelopen. Het onderzoek stopt eerder als u (of uw kind) eerder wilt stoppen. Wetenschappelijke onderzoekers zijn verplicht om te stoppen met een onderzoek als ze merken dat een kind zich erg verzet tegen het onderzoek, ook al geeft uw kind dit niet zelf aan. Na het onderzoek wordt samen met de behandelaar gekeken of de angst van uw kind genoeg is verbeterd of dat er andere vormen van hulp nodig zijn. Als dit zo is ontvangt u hierover vrijblijvend telefonisch advies.